Star InactiveStar InactiveStar InactiveStar InactiveStar Inactive

Help!  Ik verzuip in de Corona emails!

Dat gevoel had ik vorige week ook. Elke dag kwamen verschillende emails binnen met overzichten, updates en nieuwe maatregelen.

Ik heb een handig overzicht gemaakt waarin je snel kan zien, welke mogelijkheden je hebt, wanneer je actie moet ondernemen en wie je best kan bijstaan. 

                      Overzicht corona V3

 

Klik HIER om het handige overzicht te downloaden.

Veel succes ermee!

 

Olivier Van Damme

Star InactiveStar InactiveStar InactiveStar InactiveStar Inactive

VERZEKERINGEN - SOCIALE BIJDRAGEN

Nu reeds uw sociale bijdragen 2020 bijsturen?

Voorlopige bijdragen en eindafrekening

Door de verhoging van de minimumbezoldigingsvereiste om het verlaagd tarief in de vennootschapsbelasting te genieten, zijn de voorlopige sociale bijdragen voor 2020 mogelijk te laag. Hoe kunt u berekenen of dat voor u ook het geval is? Kunt u nu reeds bijsturen?

 

Voorlopige bijdragen. Sociale bijdragen voor zelfstandigen worden berekend op het netto belastbaar inkomen van het jaar zelf. Daar uw netto belastbaar inkomen voor 2020 nog niet gekend is, betaalt u eerst zgn. voorlopige sociale bijdragen op uw inkomen van drie jaar terug. Uw voorlopige bijdragen voor 2020 worden dus berekend op het geïndexeerd (coëfficiënt voor 2020 is 1,0522372) netto belastbaar inkomen van 2017.

Eindafrekening. Pas nadat de fiscus in 2021 of 2022 het definitieve netto belastbaar inkomen van 2020 doorgegeven heeft aan de sociale kas, zal u de eindafrekening krijgen. Onnodig te zeggen dat dit soms tot onaangename verrassingen leidt.

Hoeveel voorlopige sociale bijdragen?

Voorlopige bijdragen berekenen. Stel dat uw netto belastbaar inkomen van 2017 € 30.000 bedraagt, dan zal uw sociale kas de voorlopige bijdragen berekenen op het geïndexeerd bedrag, zijnde € 31.567,12 (€ 30.000 x 1,0522372). Per kwartaal zal zij u dan € 1.617,81 aan sociale bijdragen aanrekenen (€ 31.567,12 x 20,5% / 4). Daarbovenop betaalt u ook nog beheerskosten (tussen 3,05% en 4,25%) aan uw sociale kas.

Minimumbijdrage. Hoewel uw sociale bijdragen afhangen van uw inkomsten, zijn zelfstandigen in hoofdberoep steeds per kwartaal een minimumbijdrage verschuldigd. Voor 2020 bedraagt die minimumbijdrage 20,5% op een netto belastbaar beroepsinkomen van € 13.993,78. Concreet betaalt elke zelfstandige in hoofdberoep dus per kwartaal minstens een minimumbijdrage van € 717,18 plus beheerskosten.

Anticipeer en optimaliseer

Netto belastbaar inkomen 2020 ramen. Uw definitieve sociale bijdragen zullen berekend worden op uw netto belastbaar inkomen van 2020. Om het verlaagd tarief in de vennootschapsbelasting te genieten, heeft u vermoedelijk sinds 2018 uw inkomen (inclusief voordelen van alle aard) aangepast om te voldoen aan de minimumbezoldigingsvereiste van in principe € 45.000. Als u dan nu niet ingrijpt, kunt u in 2021 of 2022 een hoge afrekening verwachten. 

Tellent to the rescue

Neem tijdig contact op met Tellent en laat de sociale bijdragen berekenen op het geschat netto belastbaar inkomen van 2020. Doordat de bijkomende bijdrage fiscaal aftrekbaar is, verlaagt het netto belastbaar inkomen van 2020, waardoor de afrekening van de sociale bijdragen lager ligt dan wanneer men zou wachten tot 2021. Bovendien zal men hierdoor in 2020 ook minder personenbelasting verschuldigd zijn.

 

Bron:  ondernemingsdatabank - Indicator NV

Star InactiveStar InactiveStar InactiveStar InactiveStar Inactive

Afkoop studiejaren: overgangsregeling loopt dit jaar af

Als zelfstandige ondernemer heb je enkele mogelijkheden om je pensioen te verhogen. Dankzij de regularisatie van studiejaren kan je bijvoorbeeld studiejaren afkopen om zo je pensioenbedrag te verhogen. De voorwaarden van het systeem zijn op vandaag niet eenduidig. Er bestaat namelijk een oude regeling, een nieuwe regeling én een overgangsperiode die dit jaar afloopt.

Wat is het afkopen van studiejaren?

Via de ‘regularisatie van studiejaren’ laat je jouw studiejaren meetellen als ‘gewerkte jaren’ voor de berekening van je pensioen. Op die manier zal je wettelijk pensioen meestal hoger liggen. Let wel: dit zal er niet voor zorgen dat je vroeger met pensioen kan, maar heeft enkel gevolgen voor je pensioenbedrag.

De voorwaarden van het systeem zijn op vandaag niet eenduidig. Er bestaat namelijk een oude regeling, een nieuwe regeling én een overgangsperiode tussen deze twee.

Overgangsperiode

In 2017 werd het systeem van de afkoop van studiejaren grondig hervormd. Op 1 december 2017 startte een overgangsperiode die afloopt op 1 december 2020.

Tijdens deze overgangsperiode hebben zelfstandige ondernemers nog de mogelijkheid om de studieperiode af te kopen volgens de ‘oude’ regels. In die ‘oude’ regeling gelden andere voorwaarden en modaliteiten dan in de ‘nieuwe’ regeling die in 2017 werd ingevoerd. De nieuwe regeling is meestal voordeliger dan de oude. Bij de oude regelgeving staat het ‘alles-of-niets’-principe bijvoorbeeld centraal. Je bent verplicht om meteen de volledige studieperiode te laten gelijkstellen en dus te betalen. In de nieuwe regeling kan je echter kiezen hoeveel jaren je regulariseert. Hier zijn wel enkele beperkingen aan verbonden.

Keuze maken

Wil je gebruik maken van de ‘oude’ regeling, bijvoorbeeld omdat je niet aan de voorwaarden van de ‘nieuwe’ regeling voldoet, dan moet je vóór 1 december 2020 een aanvraag indienen. Je kan de aanvraag indienen via je sociaal verzekeringsfonds. Vanaf 1 december 2020 kan je geen gebruik meer maken van de ‘oude’ regeling.

Het einde van de overgangsperiode heeft ook een impact op de berekening van de bijdragen voor de afkoop van studiejaren in de ‘nieuwe’ regeling:

Voor aanvragen ingediend tijdens de overgangsperiode, dus tot en met 30 november 2020:

  • De bijdrage voor de afkoop van een studiejaar in de ‘nieuwe’ regeling is een forfaitaire bijdrage (de bijdrage is dus voor alle zelfstandigen gelijk). Op dit moment is de bruto kostprijs voor de afkoop van 1 studiejaar 1.529,96 euro.

  • Enkel voor studieperiodes gelegen vóór 1 januari van het jaar van de 20ste verjaardag wordt de bijdrage actuarieel berekend. De bijdragen berekend volgens de actuariële methode liggen doorgaans een pak hoger dan de forfaitaire bijdragen.  

Voor aanvragen ingediend vanaf 1 december 2020:

  • De actuariële berekening wordt de algemene regel.

  • De forfaitaire bijdrage wordt enkel nog toegepast als de aanvraag tot afkoop van studiejaren gebeurt binnen een termijn van 10 jaar na het behalen van het laatste diploma dat voor de afkoop in aanmerking komt.

Hoeveel brengt het op?

Elk studiejaar dat je afkoopt, doet je pensioenbedrag stijgen. De netto-opbrengst van het afkopen van studiejaren hangt af van je loopbaan en is voor iedereen anders.

Het is belangrijk dat je nagaat of het afkopen van studiejaren voor jou interessant is en welke regeling het voordeligste is. Daarvoor moet je hele loopbaan in kaart gebracht worden.

Tellent staat haar klanten hierin graag bij. Je kan via het sociaal verzekeringsfonds een aanvraag indienen die we vervolgens aan het RSVZ overmaken voor de berekening. Nadien geven we je graag advies op maat over de raming en de kostprijs van het afkopen van studiejaren.

Star InactiveStar InactiveStar InactiveStar InactiveStar Inactive

Wat wijzigt er op 01/01/2020 voor uw vennootschap?

 

change

 

Op 01/01/2020 treden ‘dwingende regels’ immers in werking voor alle vennootschappen. We zetten de belangrijkste bepalingen op een rijtje.

1.    Je identificeren met de nieuwe rechtsvorm 

Vanaf 1 januari 2020 worden de “oude” rechtsvormen afgeschaft. Concreet gebruik je de nieuwe benaming in alle communicatie en administratie: facturen, correspondentie, offertes, website, e-mailhandtekening, flyers, bedrukking op bedrijfswagen … 

Dus de BVBA (Besloten Vennootschap met Beperkte Aansprakelijkheid) wordt een BV (Besloten Vennootschap)

2.    De bestuurder-rechtspersoon moet een natuurlijke persoon als vaste vertegenwoordiger benoemen

Elke rechtspersoon-(dagelijks) bestuurder moet een vaste vertegenwoordiger aanduiden. Deze persoon voert in de praktijk het bestuursmandaat uit.  Vanaf 1 januari 2020 moet dit een natuurlijke persoon zijn. Een rechtspersoon kan dus niet meer op zijn beurt een rechtspersoon als vaste vertegenwoordiger benoemen. 

Ga na hoe het bestuur in je organisatie is opgebouwd: zijn er rechtspersonen (dagelijks) bestuurder? Zo ja, is er al een vaste vertegenwoordiger aangeduid? Is dit een natuurlijke persoon? Indien het antwoord op één van de twee laatste vragen “neen” is, is er actie vereist. Indien je bestuursorgaan niet geldig is samengesteld, kan het immers geen geldige beslissingen nemen…

Denk eraan dat de vaste vertegenwoordiger wordt aangeduid door het bestuursorgaan van de bestuurder-rechtspersoon, zonder dat de bestuurde onderneming hier inspraak in heeft. De bestuurde rechtspersoon moet wel zorgen voor de publicatie van de aanstelling van de vaste vertegenwoordiger.

3.    Geen dubbel mandaat meer voor bestuurders

Als bestuurder mag je niet langer met meer dan één petje in hetzelfde bestuursorgaan zetelen. Vroeger gebeurde het vaak dat een bestuurder in eigen naam en als vaste vertegenwoordiger van een rechtspersoon-bestuurder zetelde, of als vaste vertegenwoordiger van twee verschillende bestuurders-rechtspersonen. Dit is nu verboden. 

Zijn er wel dubbele bestuursmandaten binnen je organisatie? Pas dit dan vóór 1 januari 2020 aan, anders kunnen de besluiten van het bestuursorgaan nietig worden verklaard. Voor vennootschappen is het nu overigens mogelijk om een bestuursorgaan op te richten dat slechts uit één persoon bestaat.

4.    Bestuurders van een vennootschap moeten zelfstandig zijn

Enkel als zelfstandige mag je een bestuursmandaat in een vennootschap uitoefenen. Dit betekent niet dat je naast bestuurder geen werknemer meer mag zijn: je kan ook als zelfstandige in bijberoep besturen. 

Of jij je als zelfstandige bestuurder ook effectief moet aansluiten bij een sociaal verzekeringsfonds is een heel ander verhaal. Zo zal je je als onbezoldigd bestuurder onder bepaalde voorwaarden niet moeten aansluiten en dus geen sociale bijdragen dienen te betalen. Je accountant kan je met een sociaal verzekeringsfonds in contact brengen.

Star InactiveStar InactiveStar InactiveStar InactiveStar Inactive
Autofiscaliteit 2020 - Wat verandert er en waarmee moet je rekening houden vanaf 01/01/2020? 

1. Hoe bereken je de aftrekbaarheid van een bedrijfswagen vanaf 1 januari 2020?

Vergeet vanaf 1 januari 2020 het huidige systeem van niveaus, vastgelegd op basis van de CO2-uitstoot. De aftrekbaarheid van bedrijfswagens zal op een lineaire schaal berekend worden.

Om dit te doen, werkte de overheid een formule uit:

120% – (0,5% X coefficient X CO2/km)

  • Het coëfficient is 1 voor voertuigen die op diesel rijden (ook voor de hybride varianten van deze brandstof).
  • Voor voertuigen die op aardgas rijden, ligt het coëfficient op 0,90, maar enkel op voorwaarde dat de wagen niet over meer dan 11 fiscale pk’s beschikt.
  • Voor alle andere brandstoffen en motorisaties wordt het coëfficient 0,95 gebruikt.

Voorbeeld:

Een dieselwagen stoot 149 g CO2 uit. In 2019 is hij voor 70% aftrekbaar. Op 1 januari daalt die aftrekbaarheid echter naar 50% :

120% – (0,5% X 1 X 149) = 50%

2. Hoe zal de aftrekbaarheid van plug-in hybride bedrijfswagens werken in 2020?

Om van een voordelige aftrekbaarheid te kunnen genieten, moeten plug-in hybride bedrijfswagens strikt voldoen aan twee voorwaarden:

  1. een batterijcapaciteit van ten minste 0,5 kWh (in realiteit 0,45 door de afrondingsregel) per 100 kilo die het voertuig weegt
  2. deze plug-ins mogen niet meer dan 50 g CO2/km uitstoten

Onder gewicht van het voertuig wordt de massa van het voertuig, voor 90% met alle vloeistoffen gevuld en met het gewicht van de bestuurder (75 kilo) meegeteld.

Als volledig aan deze twee voorwaarden is voldaan, wordt bij de berekening van de aftrekbaarheid rekening gehouden met het door de fabrikant aangekondigde CO2-niveau van de plug-in hybride voor de berekening van de aftrekbaarheid.

Indien daarentegen niet aan minstens één van deze twee voorwaarden wordt voldaan, moet bij de berekening van de aftrekbaarheid rekening worden gehouden met de CO2 van de gelijkaardige 'niet-hybride' versie. Bestaat er geen “klassieke” versie? Dan wordt de opgegeven CO2-uitstoot van de plug-in hybride auto met 2,5 vermenigvuldigd.

Van belang:

  1. Volledig hybride auto’s (zelfopladende dus) vallen niet onder deze strenge voorwaarden.
  2. Plug-in hybride bedrijfswagens die vóór 1 januari 2018 zijn aangeschaft, behouden het in 2019 geldende aftrekpercentage. Dit blijft zo, ook al voldoen ze niet aan de twee bovengenoemde criteria. De datum van ondertekening van de koop- of leasingovereenkomst wordt als authentiek beschouwd.

3. Wat wordt het aftrekbaarheidsniveau voor elektrische bedrijfswagens vanaf 2020?

Vanaf 1 januari 2020 zien elektrische bedrijfswagens hun aftrekbaarheid teruggebracht naar 100%.

4. Wat is de aftrekbaarheidsvoet voor bedrijfswagens in 2020?

De aftrekbaarheidvork gaat van 100 tot 50% , behalve voor voertuigen die meer dan 200 g CO2 uitstoten.

Deze drempel van 50% is van toepassing op dieselauto’s die 140 g (en meer) CO2/km uitstoten. Voor voertuigen die op benzine rijden, zal deze drempelwaarde worden bereikt op ongeveer 147 g CO2/km.

Er is echter een uitzondering gemaakt: voertuigen die meer dan 200 g CO2/km uitstoten, zullen worden gestraft en hun fiscale aftrekbaarheid zal dalen tot 40%.

5. Hoe zullen de uitgaven (met name de brandstofkosten) in 2020 fiscaal worden behandeld?

Alle kosten met betrekking tot de bedrijfswagen (onderhoud, herstellingen, brandstof, enz.) zijn aftrekbaar op hetzelfde niveau als het voertuig.

Als de auto van de zaak dus voor 71% aftrekbaar is, geldt dat ook voor de kosten van die auto.

6. Mijn bedrijfswagen is een tweedehandswagen of wordt voor 2020 geregistreerd. Ontsnapt hij aan dit nieuwe belastingregime?

Nee, alle bedrijfswagens, of ze nu nieuw, gebruikt of zelfs al in omloop waren voor die datum, zullen onderworpen zijn aan het nieuwe aftrekbaarheidsregime.

Er zijn echter uitzonderingen.

Daarnaast behouden plug-in hybride bedrijfswagens die vóór 1 januari 2018 zijn aangeschaft hun huidige aftrekbaarheid tot de verkoop van het voertuig of het einde van het leasecontract. 

En voor particulieren (zelfstandigen) behoudt elke bedrijfswagen die vóór 1 januari 2018 is aangeschaft (aankooporder of leasingcontract als bewijs) zijn aftrekbaarheid.

7. Zullen bedrijven en zelfstandigen in 2020 getroffen worden door deze bedrijfswagenbelasting?

Ja, het nieuwe belastingregime zal hetzelfde zijn voor bedrijven en zelfstandigen.

Voor zelfstandigen zal de nieuwe belastingregeling die vanaf 1 januari 2020 van toepassing is, dus alleen van toepassing zijn op auto’s die vanaf 1 januari 2018 worden aangeschaft.

8. Wat is het effect van deze belasting in 2020 op het Voordeel Alle Aard (VAA) van bestuurders?

Er zal niets veranderen, noch voor, noch na 2020, op het vlak van VAA, de jaarlijkse indexatie uitgezonderd natuurlijk. 

We blijven dus bij de bestaande formule, waarbij de referentiewaarde van de CO2 jaarlijks wordt aangepast.

9. Met welke CO2-waarde moet ik rekening houden bij de berekening van de fiscale impact vanaf 2020?

Tot eind 2020 wordt de NEDC 2.0-waarde gebruikt als referentie voor de berekening van de aftrekbaarheid en het VAA.

Om het te vinden, vertrouwt u best niet langer op het inschrijvingsbewijs. Sinds 1 juli vorig jaar wordt er in ieder geval geen CO2-waarden meer op aangegeven.

Daarom moet worden verwezen naar de waarde die wordt vermeld in paragraaf 49.1 van het gelijkvormigheidsattest.

 

Bron:  Vroom.be

BIBF erkenning

Tellent BV is BIBF erkend onder nr 70471712

Olivier Van Damme is BIBF erkend onder nr 30288450

Algemene en factuurvoorwaarden + Privacyverklaring

Klik hier voor de algemene en factuurvoorwaarden.

Klik hier voor de Privacyverklaring

Contact Us

Kantoor: Kemzekedorp 34, B-9190 Kemzeke (Stekene) 
Telefoon: +32 (0)479 08 85 85 
E-Mail: Olivier.vandamme@tellent.be
Web: http://tellent.be